about us | news | festival | projects | cds | dvds | publications | galleries | contact

In the press
De Gelderlander
8-10-2003


De Volkskrant
17-1-2008


AD Utrechts Nieuwsblad
22-5-2008


De Nijmeegse Stadskrant
juli 2013


 
Haan gekeeld, bloed gedronken
De Volkskrant, 17-1-2008
Door Frank van Herk

Haan gekeeld, bloed gedronken; Artikel in de Volkskrant 17-1-2008

De Nederlandse antropoloog Bart Duijsens trok in z'n eentje door Cuba en maakte er bijzondere opnamen met de handicam. Duistere rituelen, maar ook moderne reggaeton. Door Frank van Herk.

Het gewoon maar zelf gaan doen, dat is de in≠stelling waarmee Bart Duijsens (1956), meestal in z'n eentje, naar lan≠den als Venezuela en Cuba trekt om er muziek en rituelen op te ne≠men. Zo ontmoette hij de Venezolaanse president Hugo ChŠvez en kletste hij zich naar de eerste rij bij een besloten concert in Havana. Zijn moderne veldopnamen zijn verschenen op cd's en vooral dvd's, zoals Going Native in Venezuela en het recente Full Moon over Santia≠go.

Duijsens, een antropoloog met een 'opstandige, onrustige aard' wilde eerst afrikanist worden, maar kwam in1995 bij toeval in Ve≠nezuela terecht. Daar bezocht hij afgelegen gebieden waar india≠nenstammen als de Yukpa wonen. 'Iedereen zei dat die mensen geen eigen muziek hadden, maar dat bleek niet te kloppen. Er zijn zin≠gende sjamanen, ze hebben pan≠fluiten, fluiten gemaakt van her≠tenschedels, maracas, ga zo maar door. Bevriende documentairema≠kers hadden geen interesse, dus heb ik zelf maar een handicam ge≠kocht om te laten zien hoe interes≠sant het was.'

Ondanks 'no budget', hitte, insectenbeten, infecties en gevaar- ≠'ik ben weleens besprongen, ieder≠een loopt daar met een vuurwa≠pen rond' - begon Duijsens ook el≠ders in Venezuela te filmen, met een kleine digitale camera en een minidiskrecorder in zijn rugzak. Percussie-ensembles op straat tij≠dens het festival voor Johannes de Doper, beschermheilige van de zwarte bevolking. Virtuozen van de arpa criollo, de locale harp, die joropo spelen, het nationale genre, niet alleen in de studio maar ook in verlopen biertuinen in de rosse buurt, of tijdens een afstudeerce≠remonie: de muziek in zijn natuur≠lijke omgeving, verweven met het dagelijks leven.

'De orale traditie leeft daar voort in de muziek. Op talloze piraten-≠cd's wordt politiek commentaar geleverd, dat ChŠvez een vent met enorme ballen is - of juist een kloot≠zak. Mijn werk heeft ook een poli≠tieke dimensie. Musici uit de zwar≠te dorpen in de jungle verdienen ook aandacht, en die krijgen ze nooit.' Dat leidde tot lange reizen, per sloep en bus, naar de hoofd≠stad Caracas, waar hij opnamen maakte van slagwerkers die boven een groot vuur midden op straat hun trommelvellen hadden ge≠spannen.

Voor de twee films op Full Moon over Santiago ging Duijsens op soortgelijke manier te werk. Hasta Siempre Compay! is een muzikale reis door Cuba, om pure vormen van son, rumba en bembť vast te leggen. Beeld en geluid zijn niet al≠tijd van optimale kwaliteit, maar daar staat veel tegenover: intieme opnamen van mensen die zichzelf zijn. Vooral van de beoefenaars van de bembť, een syncretistische religie, net als santerŪa een meng≠sel van katholicisme en Afrikaanse natuurgodsdienst. 'Als je het gaat organiseren hoor je: 'we hebben honderd dollar nodig voor kaar≠sen en honderd voor offerandes'. Voor je het weet film je een thea≠tervoorstelling. Van mensen die overdag in een pak rondlopen, maar 's avonds zogenaamd sja≠maan zijn.'

In plaats daarvan legde Duij≠sens, in een van de meest dramati≠sche scŤnes, spontaan een ceremo≠nie vast waarbij een houngan, een soort voodoopriester, een haan de keel opensnijdt en van het bloed drinkt, terwijl iemand bezeten raakt door de god Ogķn. Het mes dat de priester hierna wegwerpt, komt tussen de tenen van de fil≠mer terecht.

Naast traditionele son en mo≠derne troubadours komen ook rap en hiphop aan bod, zoals die van Los Chicos Latinos, sfeervol ge≠filmd in de kelder van een vervallen flatgebouw. En zowat alle mu≠zikale stijlen in Cuba worden beoe≠fend in Contramaestre, het onder≠werp van de tweede film. Dat dorp in het oosten van het eiland, bij de Sierra Maestra, telt een ongeloof≠lijk aantal muzikanten. Er wordt charanga gespeeld, met violen en dwarsfluiten, maar ook rock en reggaeton, de kruising tussen hip≠hop en raggamuffin.

In 2005 had Duijsens er opna≠men gemaakt voor een cd, Contra≠maestre - From the Heart of Cuba. In de film zien we hem een jaar later terugkeren in hetzelfde dorp om er exemplaren van uit te delen on≠der de musici, die de cd met hun eigen muziek stomverbaasd en tot tranen geroerd in ontvangst ne≠men.

Hoewel het er minder gevaarlijk is dan in Venezuela ('de Cubanen zijn arm maar nobel'), brengt het eiland zijn eigen problemen met zich mee. Niťt vastgelegd is bij≠voorbeeld hoe Duijsens na de fees≠telijke bijeenkomst in Contra≠maestre door plaatselijke verte≠genwoordigers van de geheime dienst het dorp wordt uitgezet, wegens verdachte activiteiten.

Via via komt Bart Duijsens er al≠tijd wel. 'In het Nationale Theater in Havana was een privť feest van de communistische partij. Ik ben gewoon aan de deur gaan praten. De ene na de andere functionaris kwam op me af, en de twintigste zei, kom maar binnen. Ik zat voor≠aan; naast me stond een grote ca≠meraploegvan de Cubaanse televi≠sie. Ik voorzichtig een shotje pro≠beren, niemand hield me tegen. Het Nationale Ballet trad er op, en zanger Gerardo Alfonso, een grote ster. Mooie opnamen gemaakt.'

 

Fundación Interchange
Th. Werenbertszstraat 11
6574 AM Ubbergen
The Netherlands
Tel.: 0031 - 24 36 03 550
mailto:bartolome@fundint.nl

© 2014 Fundación Interchange