about us | news | festival | projects | cds | dvds | publications | galleries | contact

publications
books

afrovenezuelan reflections

online articles

zelfbestuur aan de orinoco

op naar een indiaanse staat

interview met nohelí pocaterra

la diáspora negra en holanda

missionarissen bij de indianen van venezuela

venezuela: "11 a" en de bolivariaanse revolutie

marrons & eurocriollos: het creoliseringsproces van nederland

consolidatie en zelfkritiek van de inheemse beweging in venezuela

tweede interview met nohelí pocaterra

the sound of revolution

 

Zelfbestuur aan de Orinoco. De inheemse beweging van Venezuela

Door Bartolomé Duijsens.
Een lichtelijk aangepaste versie van dit artikel werd eerder gepubliceerd in het tijdschrift Indigo, juni 2001.


In het korte bestek van dit artikel wil ik proberen om de lezer enig inzicht te verschaffen in de recente veranderingen die in Venezuela hebben plaatsgevonden, in het bijzonder voor zover het de situatie van de inheemse bevolking betreft. De laatste jaren heeft daar een politieke aardverschuiving plaatsgevonden, mede door een nieuwe grondwet. Er zijn nu inheemse bestuurders op verschillende nivo's van de politiek actief, o.a. in het nationale parlement, of als lokale bestuurders - zoals wethouders en burgemeesters - en sinds kort is er ook een inheemse gouverneur van de deelstaat Amazonas.

Eldorado revisited

Sinds 1995 was ik al een paar keer in inheemse gebieden geweest, maar toen ik in december 2000 in Venezuela aankwam werd ik er meteen op gewezen dat onderzoek in het Boven-Orinoco gebied welhaast onmogelijk zou zijn. Er was net een groot schandaal losgebarsten n.a.v. een boekpublicatie in de VS door Patrick Tierney: Darkness in El Dorado. How scientists and journalists devastated the Amazon (2000). Het boek zet o.a. verschillende antropologen die in Venezuela onderzoek hebben gedaan in de beklaagdenbank, in het bijzonder de man die zijn carrìere bouwde op de Yanomami, Napoleon Chagnon. Door diens afschildering van de Yanomami als een soort 'killer apes' droeg hij bij aan de rechtvaardiging van de invasie van hun leefgebied. Door zijn expedities en biogenetisch onderzoek zou hij, aldus Tierney, een vorm van "ethnographic cleansing" hebben bedreven, een 'zuivering' leidend tot de decimering van deze 'woeste voorouders van de moderne mens.' Tierney gaat zelfs zover te beweren dat de 'mislukte' coup van Hugo Chávez - in 1992 - een gevolg was van de 'fall-out' teweeggebracht door Chagnon's wetenschappelijke expedities: "Het schandaal van Chagnon's roekeloze expedities om voor het eerst contact te leggen met kwetsbare Yanomami gemeenschappen - aldus ziektes verspreidend en ruzies om schaarse goederen veroorzakend - leidde tot concentrische cirkels van geweld die van de inheemse dorpen tot de nationale politiek reikten en aldaar culmineerden in een door tanks en vliegtuigen geleide putsch die tegen het zittende regime gericht was." De 'fall-out' van de publicatie van Tierney was i.e.g. in Venezuela te bespeuren: Chagnon mag mede op aandringen van de inheemse beweging het land niet meer in en buitenlandse bezoekers van Amazonas staan extra in de kijker. Mijn reis ging echter eerst westwaarts, naar de deelstaat Zulia en de gebieden waar de Wayu en de Yukpa leven, die nu ook voor het eerst met eigen vertegenwoordigers in het regionale parlement mogen experimenteren. In januari ging de reis verder naar het diepe zuiden, de laatste frontier: Amazonas. Maar voor we de lezer ook mee daarheen nemen, moeten we eerst nog enige ontwikkelingen binnen de nationale politieke context verduidelijken.

Chávez: de democratische coup

Toen Chávez op 6 december 1998 de verkiezingen met een overweldigende meerderheid won, was dat vooral ook een veto tegen de gecorrumpeerde oude partijen. Het is een mooi voorbeeld van de ironie van de geschiedenis: paleis Miraflores - waar president Pérez resideerde en dat Chavez in 1992 liet bestormen - is nu zijn eigen thuisbasis geworden en 4 februari - de dag van de coup - is de datum van een nieuwe nationale feestdag geworden. Zo zet Chávez de nationale historiografie naar zijn hand: Terwijl hij 9 jaar geleden nog door het politieke establishment werd afgedaan als een semi-criminele 'mesties' uit de barbaarse binnenlanden, worden we nu door de media met een 'sophisticated image' geconfronteerd. Zo ontstaat de schijn dat hij van Miraflores het Venezolaanse Witte Huis wil maken en van zijn familieleven een soap- The Chavez Dynasty. Op de cover van de tijdschriftbijlage Dominical verscheen een glossy portret van zijn echtgenote: Naast de ex-putschist verschijnt de `first lady´ Marisabel de(sic!) Chávez als een coup de grâce. Maar toch kan dit alles niet verhullen dat de algehele euforie over Chávez aan het wegebben is. Dit ontnuchteringsproces is deels heel 'natuurlijk,' maar Chávez lijkt moedwillig veel van zijn krediet in zowel het binnen- als het buitenland te verspelen. Misschien in een ultieme poging om de megalomane droom van het internationaal meetellende Venezuela opnieuw gestalte geven, als de niet gebonden leider van de Derde Wereld en de OPEC; een project dat bekend stond als La Gran Venezuela. Maar toen Chávez op 2 februari 1999 het presidentsambt aanvaardde, genoot hij als volksheld de steun van grote segmenten van de bevolking en maakte op de hem eigen wijze meteen duidelijk wat zijn doel was: niets minder dan "een democratische revolutie!" Prioriteit lag bij de hervorming van het politieke systeem en daartoe werden een aantal drastische maatregelen genomen: Het parlement en de senaat werden opgedoekt en een Nationale Raad - de Asamblea Constituyente - werd in het leven geroepen, met 131 afgevaardigden. Als een gebaar van historische verzoening - en op basis van een persoonlijke belofte toen hij nog niet gekozen was - werden drie plaatsen gereserveerd voor representanten van de inheemse bevolking. Op een bijeenkomst van de inheemse organisaties werd besloten dat Guillermo Guevara (Hiwi), Nohelí Pocaterra (Wayu), en Jesús Gonzalez (Pemon) de indigenas van Venezuela zouden gaan vertegenwoordigen.

Indianen in het parlement

De omgeving van het gebouw waar het nationale parlement zetelt, in hartje Caracas, is één grote heksenketel; toeterend verkeer schuift langs overvolle trottoirs met staatventers, winkelend publiek en overheidspersoneel. Heel iets anders dan het leven in Amazonas. Op de 14de etage - alwaar Inheemse Zaken is gevestigd - ontmoet ik Guillermo Guevara: "Voor de inheemse bevolking is de nieuwe grondwet een geweldige gebeurtenis. Hoofdstuk 8 - dat aan onze rechten is gewijd - is een grote vooruitgang. Voorheen waren wij onzichtbaar, gemarginaliseerd en aan ons lot overgelaten, maar nu kunnen wij direct aan het politieke proces deelnemen. De grondwet staat in principe ook inheemse gemeentes toe en in Amazonas lijkt het al die kant op te gaan. In het geval van Manapiare kunnen we eigenlijk al van een inheemse gemeente spreken, omdat het lokaal bestuur voornamelijk uit vertegenwoordigers van de PUAMA bestaat (De Multi-etnische Partij van Amazonas, de politieke arm van de ORPIA, die nu in drie van de zes gemeentes van de deelstaat in het bestuur zit (B.D.)). Door de erkenning van onze historische rechten en door de deelname aan de politiek op het hoogste niveau heeft het zelfbewustzijn van de inheemse bevolking een enorm positieve stimulans gekregen en de strijd tegen de etnische schaamte kan nu echt beginnen. Er is een zoektocht naar de eigen wortels begonnen en wij ondersteunen dat proces, want wij zijn één volk en trots om inheems te zijn. Eindelijk erkent ook Venezuela haar eigen identiteit en dit proces komt ten goede aan de hele natie. De inheemse gemeenschappen werden altijd aan hun lot overgelaten en nu is het onze plicht aanwezig te zijn! Het grote gevaar dat echter dreigt is dat we niet in staat blijken om op een concrete en efficiënte manier aan het politieke proces deel te nemen: We hebben nu de macht, maar we weten niet wat we er mee aan moeten. We moeten ons op de nieuwe taken voorbereiden en leren hoe te besturen en met geld en begrotingen om te gaan. Als parlementsleden is het onze taak de wetgeving m.b.t. de inheemse volken te stimuleren en te begeleiden. Zo zijn we nu bezig met de voorbereidingen voor de Organische Wet voor Inheemse Volken en Gemeenschappen, de Wet voor de Afbakening van Inheemse Habitats, met de Wet voor Gemeentelijk Bestuur, en met het Fonds voor Inheemse Ontwikkeling. Voor het eerst in de Venezolaanse geschiedenis is er de politieke wil om tot een afbakening van de inheemse gebieden te komen. De oude machthebbers hebben dat nooit gewild; voor hen waren onze gebieden braakliggend land dat gekoloniseerd mocht worden. Zolang als Chávez ons blijft steunen, blijven wij hem en de nieuwe grondwet steunen. Er is sprake van een nieuwe orde: een heel interessant maar ook moeilijk proces, met vergissingen en ook vijanden. Ik hoop dat Europa ons blijft steunen en speciaal ook onze Nederlandse vrienden, die ik hierbij wil bedanken omdat ze ons op kritische momenten altijd te hulp schoten. Onze boodschap is: De aarde is niet van diegene die het bewerkt, maar van diegene die van de aarde houdt! Ons paradigma is houden van de natuur; wij zijn een deel van de natuur, en dit staat in contrast met de westerse opvatting dat de natuur iets levenloos is om te verhandelen en winst op te maken, of om te onderzoeken. Daarom zijn we ook tegen de mijnbouw zoals die nu plaatsvindt. Nu lijkt het Westen eindelijk begrip te krijgen voor onze visie op de natuur en Westerse leiders beseffen nu ook dat ons groot historisch onrecht is aangedaan. Zo heeft de paus zijn excuses aangeboden voor de manier waarop de religie gepropageerd werd sinds Europa ons 'ontdekte.' Wij zijn veel van ons erfgoed kwijtgeraakt door de rampen die ons overkwamen, maar we moeten proberen te redden wat er te redden valt, door eigen onderzoek en door de uitkomsten daarvan te verspreiden via het tweetalig onderwijs. Naar het voorbeeld van Europa willen we de dialoog ook op continentaal niveau op gang brengen en de eenheid tussen de inheemse volkeren bevorderen. Daartoe organiseren we hier in Caracas (in maart j.l.) een vergadering van het Inheemse Parlement van Amerika (waarvan G.Guevara overigens voorzitter is)."

Deelstaat Amazonas

Het stroomgebied van de Boven-Orinoco - begrensd door Brazilië en Colombia - is het meest zuidelijke territorium van Venezuela en het werd in 1992 de 22ste deelstaat van het land. Deze deelstaat kreeg de naam Amazonas, terwijl het gebied de westelijke uitloper van het schild van Guyana vormt en het stroomgebied is van de Orinoco. De Venezolaanse deelstaat had daarom - om verwarring te voorkomen - beter Orinoco genoemd kunnen worden (of waarom niet Autana, Manao of Eldorado, etc.?). De hoofdstad - Puerto Ayacucho - werd in 1923 gesticht, toen de rubber-boom haar hoogtepunt bereikte. Door stroomversnellingen en kolossale rotsblokken, wordt hier een natuurlijke barricade opgeworpen voor het transport over water en daardoor is de lokatie een geëigend overslagpunt. Er wonen nu meer dan de helft van de ongeveer 160.000 bewoners van Amazonas. Ongeveer 70% van de bevolking van de deelstaat valt als indigena te kwalificeren. In de dichtstbevolkte gebieden van Venezuela vormen de indianen slechts een minieme minderheid. Volgens de statistieken voor heel Venezuela - met zijn 25 miljoen inwoners - is slechts 1 á 2 % van de bevolking "inheems," zo´n 400.000 mensen. Volgens Guillermo Guevara, oprichter van de inheemse mantelorganisatie van Amazonas - ORPIA- en sinds kort dus parlementslid, leven er 19 verschillende ethnische groepen in de deelstaat: "19 pueblos, 19 lenguas, 19 visiones del mundo, 19 culturas." De grootste inheemse groepen in het gebied zijn de Yanomami(± 12.000 ), de Piaroa (of Uhuotoja; ± 14.000), de Hiwi (of Guahibo;±12.000) en de Yekuana (of Makiritare;± 10.000 ).

Sinds Guillermo Guevara naar Caracas werd geroepen, hebben anderen zijn taken overgenomen; een jong - en naar het schijnt exclusief mannelijk - kader: "We hebben wel een raad van ouderen die we raadplegen, maar zij blijven meer op de achtergrond. Ons doel is het herstellen van de waardigheid van de inheemse bevolking van Amazonas, de etnische schaamte overwinnen. Door middel van tweetalig onderwijs willen we deze barrière slechten." Een 'coordinator van inheemse zaken' bij een zuidelijke gemeente droomt al hardop van een nieuw Eldorado, "een indiaanse staat bestaande uit een federatie, met delen van Colombia en Brazilië en andere landen." De "nieuwe orde" geeft ruimte aan dit soort bespiegelingen die voor veel 'hardliners' in Venezuela een gruwel zijn. De al enkele malen geciteerde 'etnische schaamte' werkt dan ook naar twee kanten: Er is een soort officiele 'schaamte' over het bestaan van 'een inheems probleem;' vaak wordt de aanwezigheid van indios binnen de nationale grenzen geloochend, soms uit een soort misplaatst patriotisme en soms vanuit ronduit racistische motieven. En anderzijds is er natuurlijk de schaamte van de kant van de indigenas, de zelfverloochening en het verdringen van de eigenheid uit vrees om niet als volledig mens erkend te worden.

Verkiezingen op 11 februari 2001

Vorig jaar juli vonden alweer verkiezingen in Venezuela plaats, dit als onderdeel van een schijnbaar onophoudelijk proces om voorgaande verkiezingen en hervormingen te legitimeren. In Amazonas ging ongeveer 45% van de daartoe gerechtigden naar de stembus en iedereen verkeerde in spanning of eindelijk een eind gemaakt zou worden aan het regime van de invloedrijkste man van Amazonas, Bernabé Gutierrez. Op regionaal niveau personifieerde hij de AD, de Democratische Actie-partij die Venezuela in het verleden van de meeste presidenten voorzag. Bernabé had bij de verschillende gemeentes zijn zetbazen, maar ook in Caracas onderhoudt hij goede contacten op de hoogste niveau's (naar verluidt strekt zijn netwerk zich zelfs uit tot in de VS en Sicilië). Sinds Amazonas deelstaat werd is hij gouverneur, maar daarvoor al zette hij de militaire bestuurders van het onder een speciaal regiem vallende "federale territorium" naar zijn hand. Bij de voorlaatste verkiezingen was Amazonas tot een soort nationale anomalie uitgegroeid, omdat AD alleen in deze deelstaat nog oppermachtig was gebleven, terwijl ze in de nationale arena voorlopig uitgeschakeld leek. Met de verkiezingen van vorig jaar leek het tij voorgoed gekeerd: Bernabé kreeg 8.583 stemmen. Zijn voornaamste opponent Livorio Guaruya - die zich als Baniva identificeert en zichzelf als inheems leider profileerde - haalde er 79 meer, een smalle marge, maar voldoende om het gouverneurschap in de wacht te slepen. Na de verkiezingen waren er beschuldigingen van fraude over en weer. Het resultaat van dit alles was dat Livorio in december 2000 uit zijn ambt werd ontheven, tot nieuwe verkiezingen op 11 februari 2001 definitief uitsluitsel zouden bieden over wie de rechtmatige gouverneur zou worden. De partijen van de opponenten - de AD en de "coalitie tegen AD" - maakten zich op voor een laatste titanenstrijd. Hoewel op veel plaatsen in Venezuela over fraude werd geklaagd, mocht alleen in Amazonas - en dan nog alleen in 2 (waaronder Autana) van de 6 gemeentes (en daar weer in slechts 7 stemlokalen) - opnieuw gestemd worden. Een spannende race startte. Inzet: het bestuur over een gebied dat 6 maal zo groot is als Nederland, met een enorm potentieel én een enorm budget (naar schatting 46 miljard bolívar voor 2001). Veel mensen kunnen slechts naar de stemlokalen komen door een reis te ondernemen over de waterwegen van de Orinoco. Motoren voor boten behoren dan ook de meest strategische 'prijzen' die in de strijd om de gunst van de kiezers te verdelen vallen: de kiezers moeten letterlijk gemobiliseerd worden. Aan ieder gehucht worden zo beloftes gedaan en indien dit niet helpt dan worden er concrete daden gesteld, zoals voedselpakketten, speelgoed, fietsen, een zonnepaneel, etc., en anders kan men altijd nog contant afrekenen. In de wandelgangen van de macht in Caracas vond ook menige schermutseling plaats en er werden nieuwe allianties gesmeed om het achterhoedegevecht in Amazonas een voor hun kandidaat gunstige afloop te geven. Naarmate de 11de naderde intensiveerde de campagne van de kandidaten: de mate van hun populariteit werd dagelijks afgemeten aan het aantal volgwagens dat in de verkiezingsstoeten in Puerto Ayacucho meereed. Een soort poll op basis van herrie en uitlaatgassen. De lokale radio-stations waren ook de spreekbuis van de verschillende kandidaten en er werden speciaal voor de gelegenheid liederen gecomponeerd. Zo ben ik erbij als El Country Llanero - "Country" omdat hij een Texas-fanaat is - zijn door harp begeleide lied opneemt, waarin de kandidaten als kemphanen in de arena worden afgeschilderd, maar eentje is gemeen, oud en speelt vals en daarom moet de ander - Livirio - winnen. En uiteindelijk won Livorio dus ook. Deze herverkiezing was van meer dan regionaal belang omdat hier voor het eerst in de Venezolaanse geschiedenis - de officiële post-Columbiaanse geschiedenis - staatsmacht aan de inheemse bevolking wordt afgestaan. Er zijn dan ook menige patriotistische doemdenkers die moord en brand schreeuwen, en stellen dat hier sprake is van "een complot van communisten, antropologen, missionarissen en indianen" (zoals bijvoorbeeld de antropoloog Isaac Madi stelt in zijn "Samenzwering ten zuiden van de Orinoco").

De inheemse gouverneur en de cassave-cultuur

In Puerto Ayacucho is het een 'traditie' om in de maand voor kerstmis de stad enigszins te verfraaien. Onder Bernabé heette dit Plan Hallaquero (afgeleid van de term voor het traditionele Venezolaanse kerstgerecht - de hallaca - dat enigszins op een loempia lijkt, maar gewikkeld in bananenbladeren en - naast deeg van maismeel - o.a. aardappelen, olijven en varkensvlees als ingredënt heeft). Na Livorio's verkiezing kondigde hij Plan Casabe aan; in harmonie met nieuwe 'inheemse' tijden, adopteert hij een culinair symbool van de indianen (Cassave is 'het brood van de indianen,' gemaakt van manioca-meel dat na een ingenieus procedé uit de yucca verworven wordt). Dit project had een schoner straatbeeld als concreet resultaat en het schiep een nieuwe inkomstenbron voor de bevolking. Er werden zelfs afgezanten van de Yanomami gesignaleerd die hun loon kwamen innen omdat ze hun shabono - het woonhuis voor de hele gemeenschap - hadden opgeruimd. Padre Bortoli, hoofd van het Salesiaanse Vicariaat dat in Amazonas welhaast een schaduwregering vormt, becommentariëert:"Dit zijn uitwassen van het paternalisme die moeilijk te bestrijden zijn. `Als de regering niet betaalt, dan deugt die niet,´ is de pragmatische houding van de burgers, of het nou indianen zijn of niet." Een expatriate die al jaren naar Amazonas afreist om daar op de ongerepte rivieren te vissen en vogels te vangen - en die verhandeld - sneerde: "Plan Casabe, wat is dat nou voor een onzin! Het enige programma dat Livorio heeft is "Eet yucca! Eet yucca!" Nee, hij leidt ze weer terug het Stenen Tijdperk in. Zijn tegenstander Bernabé is dan wel een boef, maar ik zal je twee goede redenen geven waarom hij wint: op de 11de februari zijn alle indianen zo dronken dat ze vergeten te stemmen en alle criollos (niet-indiaanse Venezolanen) zullen op hem stemmen!" En dat is dus juist niet gebeurd op 11 februari j.l.. Teveel criollos wilden het wanbestuur een halt toeroepen: ya basta con la corrupción! Bovendien is het een grote fout Livorio te onderschatten; hij staat bekend als el profesor en maakt i.e.g. een veel `beschaafdere´ indruk dan de meeste criollo-politici. Maar ook hij onderkent het gegeven dat de speelruimte voor een "vreedzame inheemse revolutie" zijn beperkingen heeft. Enerzijds heeft de inheemse beweging - die in Amazonas pas sinds 20 jaar actief is - door de nieuwe grondwet "een sprong van 100 jaar vooruit gemaakt," maar anderzijds zijn er machtige vijanden in de nationale arena en grote transnationale belangen in het spel. Toch wil hij zijn kans waarnemen en kijken hoever hij kan gaan in het experimenteren met bestuursvormen die beter bij de traditionele politieke organisatie van de verschillende - Livorio onderscheidt er 14 - ethnische groepen in Amazonas passen. Ook al heeft hij geen programma-boekje voor de komende jaren klaar, uit zijn woorden valt op te maken dat ook hij voor de in indigenistische kringen zo populaire strategie van "ethno-cum-ecodevelopment" lijkt te kiezen.

Een eiland in de jungle

De gemeente Autana - genoemd naar de heilige berg van de Piaroa, de inheemse groep die in dit gebied domineert - was ook het toneel voor de herverkiezing. Het bestuur van deze gemeente zetelt op het Isla de Ratón. Dit 'Ratteneiland' is een kleine bewoonde enclave, veroverd op het water, de savanne en de jungle. Het Ratteneiland ligt verstild en bijna verborgen in het immense gebied van de Orinoco; 'met de rug' naar Colombia toe. Er verblijven dan ook geregeld guerillas op het eiland, die voorzichtigheidshalve maar gedoogd worden. Het grootste dorp van het eiland en zetel van de gemeente is Carmen del Ratón, nauwelijks de status van een gehucht overschrijdend. Vorig jaar werd de eerste telefoon op het eiland geïntroduceerd. Voorheen was er alleen radio-contact met de buitenwereld. De huizen van het dorp zijn 'versierd' met de namen van de lokale en regionale politieke opponenten. Naast het - mede door Nederlandse missionarissen opgezette en beheerde - internaat voor inheemse scholieren, ligt het nieuwe gemeentehuis aan een troosteloos ogend pleintje, het onvermijdelijke Plaza Bolívar, centrum van iedere zichzelf respecterende nederzetting. Het gemeentehuis is het enige gebouw op het eiland dat meer als een verdieping telt. Ernaast staat ook een traditionele hut, een churuata. Aan de andere kant van het pleintje een uitgestrekte vlakte, die in betere tijden dienst deed als vliegveld. Rond het gemeentehuis is het s´ochtends een drukte van jewelste en de buitenstaander zou denken dat hier markt gehouden wordt. Maar de handelswaar zit in aktetassen en schuilt in de zondagse kleding.

De huidige burgemeester - een Piaroa - `zit´ sinds hij de verkiezingen van 1996 won, met de belofte dat hij de heersende corruptie zou bestrijden en tevens als voorvechter van de inheemse rechten. Maar nu staat hij zelf ter discussie en dreigt er een proces. Als zovele politici heeft hij voor de verkiezingen van afgelopen jaar eieren voor zijn geld gekozen en de moederpartij COPEI ingeruild voor de MVR; vandaar dat zowel COPEI als AD hem tot hun doelwit verklaard hebben. Hij beschikt sinds kort ook over zijn 'residentie,' het grootste huis van het dorp, direct naast het internaat (waarover pater Anton van Maanen de scepter zwaait). Door de lotgevallen van 'de macht' is hij wel veranderd: "Toen hij een paar jaar geleden burgemeester werd, waande hij zich plotseling koning en was bijna onbenaderbaar. Maar hij heeft heel wat klappen moeten incasseren en dat heeft hem wat nederiger gemaakt." Van het gouvernement kreeg hij een auto om de reis vanaf de vaste wal naar Puerto Ayacucho te ondernemen. De hele familie deelde mee in de nieuwe levensstijl van de burgermeester en diens broer werd dat fataal: hij verongelukte dronken achter het stuur. "De redding van deze burgemeester is dat hij niet alleen intelligent is, maar ook een van de weinigen in onze staat die niet zuipt," hoorde ik dan ook opmerken. De burgemeester is een jonge man die steevast als "indiaan," als Piaroa wordt geïdentificeerd. Als zoveel andere inheemse leiders ontving ook hij zijn scholing bij de missionarissen (sommige radicalere types noemen deze leiders daarom curero, omdat ze aan de hand van de priesters -curas- zouden lopen). Maar een anekdote illustreert hoe hier in één generatie een enorme sprong voorwaarts gemaakt is: het is een publiek geheim dat de burgemeester door een criollo -een `blanke´ Venezolaan - verwekt is, die naar dit gebied gekomen was vanwege de rubber. Deze bedroog de Piaroa-echtgenoot van zijn moeder openlijk. "De criollo's kochten de gunsten van de Piaroa-meisjes. De Piaroa-mannen waren te arm om cadeautjes te kopen en dus konden de meisjes gemakkelijk misleid worden. Het stikt hier dus van de koekoeksjongen," licht iemand me voor over de intieme geschiedenis van dit gebied. Ten tijde van de rubberkoorts - in het begin van de vorige eeuw - heerste er nog de facto slavernij (van de indianen wel te verstaan) in het gebied. De echtgenote van de burgemeester is de dochter van de onlangs overleden cacique van Caño Grulla, waar de Nederlandse pater Feddema zijn missiepost heeft. Bij de Piaroa is de cacique een primus inter pares, zowel wereldlijk leider met beperkte macht, als sjamaan - meneruwa - de beheerder van de heilige liederen en tradities. Maar ook hier klagen de ouderen dat de jeugd weinig gemotiveerd lijkt om deze tradities in ere te houden, en dat met iedere stervende bejaarde "een bibliotheek verbrandt."

Lokale politiek, een schone industrie

Drie van de vijf wethouders in Autana behoren tot de PUAMA, de multi-etnische partij van Amazonas (met 'etnia' wordt in Venezuela gerefereerd aan de amerindiaanse groepen). Naar schatting bestaat de gemeente Autana uit zo'n 124 comunidades, naar onze maatstaven gezien gehuchten. Het totale inwoneraantal van Autana is moeilijk te schatten - enerzijds door gebrek aan communicatie met het achterland en anderzijds door het grensverkeer naar Colombia - maar waarschijnlijk ligt het rond de 6000. Tussen de 100 en 125 ambtenaren werken voor het gemeentehuis en nog eens zo'n 50 in de buitengewesten. De gemeente is de grootste werkgever en de lokale schatkist. De caciques van de verschillende gehuchten varen dan ook geregeld 's ochtends naar het Ratteneiland om te informeren of er nog hulp voor hun noodlijdende familieleden op komst is. Zo wordt op heel kleine schaal een wereldwijd fenomeen gereproduceerd: een verstedelijkt centrum met 'kosmopolitische' uitstraling als waterhoofd van een onderontwikkeld, verarmd achterland dat langzaam - maar schijnbaar onvermijdelijk - leegloopt.

Het totale budget voor de gemeente Autana (voor 2001) wordt geschat op 1.500 miljoen Bolívar (de nationale munt, met een waarde van ongeveer 250 Bs = fl1,-). De helft van het geld komt van de centrale regering, en de andere helft uit het Decentralisatie-Fonds (FIDES. Uiteindelijk is al het geld afkomstig uit de inkomsten aan petro-dollars, de renta petrolera). Dat betekent dat op jaarbasis voor iedere inwoner van Autana zo'n fl 1000,- ter beschikking zou staan, een formidabel bedrag voor een bevolking die voor een belangrijk deel nog zelfvoorzienend is (het minimumloon lag in 2000 op ongeveer 600 gulden per maand, maar terwijl in Caracas het maandelijks benodigde familie-inkomen op fl 1600,- wordt geschat, is dat voor rurale buitengewesten veel minder. Aangezien Caracas als norm wordt gesteld, is het gemakkelijk te begrijpen waarom 80% van de Venezolaanse bevolking onder de armoedegrens zou leven. De burgemeester van Autana verdient overigens zo´n fl 3.500,- per maand; de wethouders ieder fl 2.000). Op lokaal niveau valt duidelijk vast te stellen dat er met dit enorme budget niets productiefs ondernomen wordt: er zijn geen projecten. Op het gemeentehuis bivakkeren een paar baliekluivers die proberen gemengde bedrijven te introduceren in de dorpsgemeenschappen. Maar bij navraag blijkt dat ze nog geen enkel project concreet hebben uitgewerkt. Een enigszins bedroevend perspectief voor de van enige infrastructuur verstoken gemeenschappen in het binnenland. Uit dit budget en de 'werkgelegenheidscijfers' kan men wel afleiden dat politiek de enige rendabele industrie is in Amazonas; een schone industrie, maar men kan er wel vuile handen aan overhouden.

Een nieuw Eldorado?

We willen dit artikel niet in mineur eindigen nadat we hebben uitgewijd over alle hoopgevende ontwikkelingen betreffende de inheemse beweging van Venezuela. Toch is enige scepsis geboden: de huidige renaissance van de inheemse beweging en het nieuwe inheemse leiderschap moeten nog bewijzen dat ze de beproevingen van het Venezolaanse politieke leven kunnen doorstaan en dat ze een nieuwe garde politici voortbrengen die niet in de fouten van 'de oude politiek' vervalt. Verder lijken de militairen niet echt de ideale voorvechters van een democratische revolutie en of zij - of hun eventuele opvolgers - bereid zijn 'concessies' te blijven doen aan de op zich gerechtvaardigde verlangens van de inheemse bevolking, moet de toekomst uitwijzen. Bovendien is het waarschijnlijk ook een illusie om te menen dat het oude (tweepartijen-) systeem zo gemakkelijk te ontmantelen is. Anderzijds is het gevaar van interne verdeeldheid tussen inheemse groepen onderling en een groeiende kloof tussen het nieuwe leiderschap en de beoogde achterban altijd aanwezig. Een reactie op nieuwe vrijheden laat nooit lang op zich wachten en daarom moet de verdediging van die vrijheden ook serieus genomen worden. Wat 'het culturele leven' betreft, constateren we dat de inheemse leiders daar nog helemaal niet mee bezig zijn, buiten het stimuleren van tweetalig onderwijs dan. Er lijkt alleen een voorzichtig aftasten van de nieuwe mogelijkheden die de macht geeft plaats te vinden, maar het profileren en onderzoeken - en eventueel bevorderen van de eigen etnische tradities - vindt nog nauwelijks plaats. Dat is blijkbaar nog steeds een taak voor buitenstaanders, die altijd al de geschiedenis van inheemse volken hebben proberen te schrijven. Guillermo Guevara zei dat hij het project waaraan ik bezig was - o.a. bij de Hiwi, zijn volk - van vitaal belang vond en dat hij me graag zou steunen, zelfs een baan wilde aanbieden,"maar dan moet je wel een jaar of vijf wachten, want we hebben nu andere prioriteiten."

 

Fundación Interchange
Th. Werenbertszstraat 11
6574 AM Ubbergen
The Netherlands
Tel.: 0031 - 24 36 03 550
mailto:bartolome@fundint.nl

© 2014 Fundación Interchange