about us | news | festival | projects | cds | dvds | publications | galleries | contact

publications
books

afrovenezuelan reflections

online articles

zelfbestuur aan de orinoco

op naar een indiaanse staat

interview met nohelí pocaterra

la diáspora negra en holanda

missionarissen bij de indianen van venezuela

venezuela: "11 a" en de bolivariaanse revolutie

marrons & eurocriollos: het creoliseringsproces van nederland

consolidatie en zelfkritiek van de inheemse beweging in venezuela

tweede interview met nohelí pocaterra

the sound of revolution

 

Revolutie met een manta en een mantra: Een interview met Noheli Pocaterra

Een iets gewijzigde versie van dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in Indigo (augustus 2005).

In een eerder artikel in Indigo -`Venezuela en de inheemse beweging´(maart/april 2002) - deden we verslag van een interview met Noheli Pocaterra en over de toen woedende politieke crisis in het land. Het nu volgende interview vond plaats in maart 2005, op haar nieuwe kantoor op de vierde verdieping van de Asamblea Nacional, op een hoek - Esquina de Pajaritos in de volksmond - vlakbij het Capitolio waar ze eerst resideerde in haar functie als tweede vice-president van de Bolivariaanse Republiek Venezuela. Ze heeft een wijd vallende manta aan, het traditionele Wayu-kleed. Achter haar een ingelijst affiche dat herinnert aan de bijzetting van het legendarische stamhoofd Guaicaipuro, die in het verzet tegen de Spaanse agressors het leven liet en recentelijk als nationale held - als voorloper van de Onafhankelijkheidsstrijd, waarvan de Bolivariaanse Revolutie (met als mantra nationale onafhankelijkheid) als voorlopige climax wordt geinterpreteerd - in het Pantheon bijgezet is.

V: Tot voor kort was u tweede vice-president van het land en nu werkt u als voorzitter van de Commissie Inheemse Volken. Wat voor nieuwe taken brengt deze verandering van baan mee?

A: Als vice-presidente was het voor het eerst in de geschiedenis van ons land dat een inheemse in een van de hoogste machtsorganen van het land een functie uitoefende. Dit schiep voor mij hier en daar mogelijkheden om deuren te openen voor de inheemse volken. Als vice-presidente heb ik het decreet voor de cedulación indigena opgesteld - het verwerven van identiteitspapieren voor onze inheemse broeders en zusters - en dit aan de ministerraad gepresenteerd voor ondertekening door de president. Vanuit mijn positie kon ik sneller mechanismen in werking zetten, maar het nadeel was dat ik me met het hele land moest bezighouden en de hele bijkomende administratieve rompslomp. Dat was tijdrovend en zo kon ik me niet altijd inzetten voor de inheemse volken. Bovendien was 2002 een uiterst explosief jaar, met een coup, stakingen en betogingen en door alle politieke spanningen waren er beperkingen om direct met inheemse gemeenschappen te werken. Als voorzitster van de Commissie Inheemse Volken ben ik direct betrokken bij de wetgeving die de inheemse gemeenschappen betreft (die zich in de 'agenda legislativa' bevinden). Nu kan ik de inheemse gemeenschappen bezoeken en daar uit de eerste hand zien en horen wat de problemen zijn en hun anderzijds informeren over de politiek die gevoerd wordt. Zo kan betreffende de Wet Gemeentelijk Bestuur en de Wet Wonen en Huisvesting gekeken worden welke implicaties er zijn voor bepaalde inheemse gemeenschappen en hoe we die wetten kunnen aanpassen zodat zij er van kunnen profiteren. Via laatstgenoemde wet is bijvoorbeeld geregeld dat traditionele inheemse woonvormen en huisvestingsnormen gerespecteerd worden. Op de wet voor gemeentelijk nivo wordt nu gekeken hoe er Inheemse Gemeentes gecreëerd kunnen worden, en hoe inheemse afgevaardigden en wethouders geselecteerd moeten worden. Mijn nieuwe werkomgeving geeft me meer kansen om met grotere toewijding aan de inheemse zaak te werken. Het moet wel duidelijk zijn dat ik tot een politieke functie benoemd ben; het is niet ík, maar de publieke opinie - van de inheemse volken bij monde van het CONIVE - die beslist en die mij benoemd hebben. Via hen heb ik dezelfde verantwoordelijkheden als alle andere afgevaardigden. Het is de uitdaging die men op zich moet nemen om te helpen bij het nationale veranderingsproces en met verantwoordelijkheidsgevoel de taken binnen het revolutionair proces op zich te nemen.

V: De Bolivariaanse Revolutie is nu ruim vijf jaar geleden begonnen. Zijn er al duidelijke verbeteringen opgetreden op lokaal nivo?

A: Jazeker! Om een voorbeeld te geven: We hebben binnen het Ministerie van Onderwijs een Directie voor Inheemse Opvoeding die veel workshops heeft georganiseerd en ook veel teksten heeft geproduceerd. Ze zien er op toe dat de maatregelen betreffende intercultureel, tweetalig onderwijs worden uitgevoerd. Ook dragen zij de verantwoordelijkheid dat het onderwijs door een inheemse leraar wordt verzorgd en dat die voldoende kennis heeft van voor de gemeenschap relevante zaken. Zo hebben we binnen het Ministerie van Gezondheid ook een sectie Inheemse Gezondheid, geleid door een inheemse, die veel beter ons en onze problematiek begrijpt. Inheems personeel spreekt de taal, kent de situatie en de mensen, terwijl de mensen van buiten eerst een lang leerproces moeten doormaken maar dan meestal alweer afgehaakt hebben. Vanuit die sectie kunnen ziekten die de inheemse volken teisteren veel efficiënter bestreden worden. Zo is er bij Justitie nou ook een Defensoría Indigena, een Inheemse Ombudsman die inheemsen die problemen hebben met de wet, of in de gevangenis zitten, helpt. Ook in dit geval kan de inheemse ombudsman de inheemse problematiek beter begrijpen. Nu zijn we bezig om in iedere deelstaat het ambt van inheemse ombudsman in te voeren om de mensenrechten in het oog te houden. Betreffende het kiessysteem strijden we nu om de politieke participatie van inheemse volken op het nivo van gemeentes en parochies te garanderen. Wel, dat alles is dus een enorme klus. Ongetwijfeld is er nog veel armoede en misère in de inheemse gemeenschappen, grote problemen als honger en ziekte, maar die nu beetje bij beetje minder worden. Er wordt i.e.g. strijd tegen die problemen gevoerd, bijvoorbeeld via de Bolivariaanse Missies (BD: Door president Chávez ingevoerde mobilisatiecampagnes om sociale euvels te verhelpen). Deze Missies - Robinson, Rivas etc. - en ook de Bolivariaanse Universiteit, scheppen nu veel mogelijkheden voor de inheemse volken die ze eerst niet konden verkrijgen omdat ze niet aan allerlei vereisten voldeden.
Ik geloof dat we het werk van onze revolutionaire regering het best kunnen waarnemen als we naar de inheemse groepen toegaan. Zelfs in de meest traditionele gemeenschappen hebben velen zich bij de missies aangesloten. Velen volgen les om te leren lezen en schrijven, of om hoger onderwijs te volgen, of leren hoe ze een coöperatie kunnen opzetten en producten kunnen verkopen. Ze hebben zich bij markten aangesloten - via het netwerk Mercal dat vaak in dorpen dichtbij inheemse gemeenschappen operatief is - of goedkope winkeltjes opgezet (bodegas solidarias). Het belangrijkste is dat inheemsen daar heen kunnen gaan op hun ezel of te voet en daar voedsel kunnen kopen. Zo profiteren de inheemse volken ook van Mercal, dat de kosten voor basisvoedsel zo laag mogelijk houdt en waar zij misschien ook wat van hun producten kunnen afzetten.
Bovendien is er het Programma voor Endogene Ontwikkeling dat de inheemse volken ten goede komt. Bij deze integrale programma's voor duurzame endogene ontwikkeling zijn de families het centrum voor 'etno-development,' waarbij gestreefd wordt naar mooie huizen, scholing en waardig werk, en een degelijke gezondheidszorg, zonder dat het gebruikelijke model voor het nederzettingspatroon terzijde geschoven wordt. Het complete welzijn zou misschien betekenen dat allen in urbanisaties leven, maar de huizen kunnen eventueel met materiaal dat ter plaatse beschikbaar is gebouwd worden op een wijze die traditionele leefvormen respecteert. Maar het gaat erom dat aan een aantal basisvoorwaarden voor leefbaarheid wordt voldaan en dat de bevolking de kans krijgt te groeien; dat er een schooltje is met onderwijzer, dat de kinderen naar school gaan. Ook is belangrijk dat de bewoners iets aan inkomsten ontvangen, óf van overheidswege, óf door hen te helpen zich te organiseren en kredieten te verlenen, bijvoorbeeld door hun landbouwproducten, vis en handwerk te commercialiseren. Wij moeten de vooruitgang die binnen de inheemse gemeenschappen heeft plaatsgevonden verder stimuleren. We kunnen niet stellen dat alle ernstige problemen zijn opgelost zolang er nog kinderen honger lijden, maar we hebben de problemen i.e.g. onderkend. Ondervoeding los je niet alleen op door voedselpakketten uit te delen; je zult ook voor scholing en rehabilitatie-centra moeten zorgen. Omdat veel inheemse volken in grensgebieden leven treedt daar ook weer een specifieke problematiek op door de confrontatie met een wereld gebaseerd op winzucht - una cultura comercial - waardoor we met grootstedelijke ondeugden besmet raken, zoals alcohol en drugs. Daardoor raakt de onderlinge solidariteit en cohesie in gevaar, verdwijnt het respect voor ouderen en dreigt de inheemse gemeenschap uit elkaar te vallen. Daarom zijn wij samen met de inheemse organisaties - met vertegenwoordigers op alle nivo's - actief betrokken bij de strijd voor het welzijn van de inheemse gemeenschappen. Daarbij hebben we ook onze bondgenoten; antropologen, onderwijzers, vrienden die ons al jaren trouw helpen en bijvoorbeeld voorlichtingscampagnes organiseren om de inheemse gemeenschappen te helpen. Dit is een gigantische taak want het gaat niet alleen om het verkrijgen van welstand voor de inheemse gemeenschappen, maar ook om het winnen van respect van het hele Venezolaanse volk, dat zij waarderen dat de inheemse volken ook tot Venezuela behoren! Het Venezolaanse volk moet veel beter geïnformeerd worden over wie wij nu eigenlijk zijn, want pas op een basis van respect is een werkelijk samenleven mogelijk. Wij kunnen helpen aan het opbouwen van een plurale samenleving, waarbij de Venezolaan in het algemeen eindelijk ontdekt wie hij nu eigenlijk is, en daarbij de inheemse erfenis erkent als een van de fundamentele pijlers van de nationale identiteit!

Na deze serieuze statements gaan we in lacherige sfeer verder. Merk op dat de Iraanse president Jatami die op staatsbezoek is ook al het traditionele Wayu-kleed heeft geadopteerd. Nohelí lacht gul, blij dat ze even uit haar rol van officieel staatsfunctionaris kan vallen.

V: Chávez heeft de Bolivariaanse Revolutie gedefinieerd als een weg naar het socialisme: Harmonieert dit met de traditionele levenswijze, het wereldbeeld van de inheemse volken?

A: Ik geloof dat wij altijd geleefd hebben volgens een model dat de alijunas - het Wayu-woord voor `blanken´ - het socialisme noemen, want dat is niets anders dan het leven in een gemeenschap waarbij geprobeerd wordt gelijkheid na te streven en de ongelijkheid te bestrijden. Dat is wat wij altijd al gedaan hebben! Pas toen we in de Westerse wereld opgenomen werden door het contact met de alijunas, kreeg het concept van individualisme en egoïsme ook op onze samenleving vat en konden we ook deelnemen aan de consumptiemaatschappij. Nu keren we weer terug - volver a lo nuestro - naar onze traditie van gemeenschappelijkheid; van met elkaar delen en wederzijds respect, en als dat socialisme is, dan zijn wij daar gelukkig mee. Zo zit dat!

V: Dus de visie van president Chávez harmonieert heel goed met het wereldbeeld van de inheemse volken?

A: Jazeker, het rijmt heel goed met het wereldbeeld en de filosofie van de inheemse volken, waarbij eerlijk gedeeld wordt. Ongelijkheid is niet het kenmerk van onze volken. Als Chávez zegt dat dat de weg is dan stemmen wij daar volledig mee in. Voor ons is dat niet moeilijk te begrijpen.

V: Wat is het doel van Missie Guaicaipuro binnen deze strategie?

A: Missie Guacaipuro is opgezet om de andere missies te 'articuleren'; ze op de inheemse volken en de inheemse problematiek te betrekken. De andere missies hebben allen een specifiek doel en Missie Guaicaipuro kijkt hoe die van toepassing zijn op de inheemse volken, van gezondheid en onderwijs tot landrechten en woningbouw. Via de overkoepelende missie zijn afdelingen voor de inheemse volken opgezet, en die stellen een budget op dat ten goede komt aan de inheemse groepen. Wij van de presidentiële commissie zien er op toe dat de inheemse volken een eerlijk deel van de hun rechtens toekomende hulp(programma's) krijgen.

V: Als we nu bijvoorbeeld naar een heel geïsoleerd levende kleine inheemse groep kijken, de Yukpa die in de Sierra de Perija leven in uw deelstaat Zulia: Hoe hebben zij nou de afgelopen jaren van de veranderingen die mede door u in gang zijn gezet geprofiteerd: Wat is de impact van de revolutie op de meest perifere gebieden van het Venezolaanse staatsdomein?

A: Ze kijkt heel bedenkelijk. "Dat is moeilijk te zeggen. Het hangt af van de verschillende levensstandaard van iedere gemeenschap. De Yukpa hebben ook van verschillende missies geprofiteerd, maar afhankelijk van het lokale leiderschap en andere factoren, hebben sommige gemeenschappen veel meer voordelen genoten dan andere. Wij - in de hoogste bestuursorganen - zijn het aan onze Yukpa-broeders en zusters verplicht hen te helpen. Maar mijn volk - de Wayu - heeft het voordeel dat zelfs de meest afgelelegen gemeenschappen tegenwoordig goed te bereiken zijn met voertuigen, terwijl de Yukpa inderdaad geïsoleerd in de bergen leven, ook doordat ze daarheen verdrukt zijn door grote landeigenaars, de hacendados, die hun beste grond ingepikt hebben. Omdat er geen wegen zijn naar de Yukpa-dorpen is het voor de Venezolaanse staat veel moeilijker om hen te bereiken. Wij bestuderen nu dus het probleem, hoe we de Yukpa kunnen helpen met toegangswegen - over land van hen dat nu bezet is - én hoe we centra in hun gemeenschappen aan de voet van de bergen kunnen opzetten, zodat zij daar vanuit afgelegener plaatsen heen kunnen komen. Maar voor de missies is het moeilijk tot die afgelegen plekken door te dringen. Ook bij de Yanomami is dit het geval en er zijn ook gebieden waar men nog geen Spaans spreekt. Het is wel onze taak om die afgelegen, geïsoleerde inheemse gemeenschappen te bereiken, het is een deel van onze missie (NB: In die zin zou men kunnen stellen dat de golf van politieke mobilisatie onder Chávez een voortzetting is van de Conquista del Sur - de verovering van het zuiden, c.q. de deelstaat Amazonas, tijdens het eerste presidentschap van Caldera).

V: Komen de Cubaanse dokters ook in die afgelegen streken?

A: De Cubanen zijn al doorgedrongen tot de bovenloop van de Orinoco en hebben al de eerste hulpposten bij de Yanomami opgezet. De inheemse vertegenwoordigster op het Ministerie van Gezondheid is er zeer mee begaan dat de moderne geneeskunde overal beschikbaar is, om ziekten als malaria en oogziektes te bestrijden. Er zijn ook al verdragen gesloten met Brazilië om hulp van die zijde te genereren, omdat zij veel dichter bij de Yanomami zitten.

V: Geeft dat geen grensconflicten?

A: Nee, daarvoor zijn er verdragen tussen landen.

V: Kan men generaliserend zeggen dat er gedurende de ambtsperiode van Chávez minder problemen zijn geweest betreffende de mensenrechtensituatie van de inheemse volken, betreffende geweldsdelicten en landinvasies?

A: Dat kan men moeilijk zo stellen omdat er altijd wel gezagsdragers zijn die hun macht misbruiken, dat is zelfs een onderdeel van de Venezolaanse cultuur. Het is een kwestie van het opvoeden van de Venezolanen, want de Grondwet staat dergelijk misbruik niet toe. Hoe kunnen we anders duidelijk maken dat het nu niet meer mogelijk is om kinderen fysiek te straffen, dat er een wet is die kinderen beschermt? Wel, we moeten ze uitleggen dat dat een strafbaar delict is. Zo zijn er ook lokale autoriteiten die hun macht misbruiken, soms moedwillig, soms omdat dat altijd de gewoonte is geweest. Maar goed, daar zijn de inheemse organisaties ook voor, om alert toe te zien dat er geen machtsmisbruik plaatsvindt en er geen fundamentele rechten van de inheemse volken geschonden worden.

V: Hartelijk dank Doña Nohelí voor dit interview.

A: Un saludo y un abrazo indigena Bolivariano y revolucionario para todos los que pueden ver y escuchar este mensaje!: Een inheemse, Bolivariaanse en revolutionaire groet en omhelzing voor allen die deze boodschap kunnen horen, lezen of zien!

 

Fundación Interchange
Th. Werenbertszstraat 11
6574 AM Ubbergen
The Netherlands
Tel.: 0031 - 24 36 03 550
mailto:bartolome@fundint.nl

© 2014 Fundación Interchange