about us | news | festival | projects | cds | dvds | publications | galleries | contact

publications
books

afrovenezuelan reflections

online articles

zelfbestuur aan de orinoco

op naar een indiaanse staat

interview met nohelí pocaterra

la diáspora negra en holanda

missionarissen bij de indianen van venezuela

venezuela: "11 a" en de bolivariaanse revolutie

marrons & eurocriollos: het creoliseringsproces van nederland

consolidatie en zelfkritiek van de inheemse beweging in venezuela

tweede interview met nohelí pocaterra

the sound of revolution

 

Op naar een indiaanse staat

Door Bartolomé Duijsens.
Een lichtelijk gewijzigde versie van dit artikel werd eerder gepubliceerd in het tijdschrift Onze Wereld, mei 2001.


Sinds de populist Hugo Chávez eind 1998 de presidentsverkiezingen won, verkeert Venezuela in een voortdurend proces van ‘democratische revolutie’. En niet alleen in het centrum van het land is dat merkbaar. De meest geïsoleerde Indianen in de binnenlanden werden in één klap van het paleolithicum naar de postmoderne virtuele werkelijkheid gekatapulteerd.

Puerto Ayacucho is de wat slaperige hoofdstad van Amazonas, sinds 1992 de 22ste deelstaat van Venezuela. De slechts 160 duizend inwoners van deze staat zorgden onlangs voor een primeur. Na een lange verkiezingsstrijd, waarin zelfs een tweede ronde nodig was, kozen zij afgelopen 12 februari Livorio Guarulla - een leider van de Baniva-indianen - tot gouverneur van de deelstaat. Nooit eerder in de geschiedenis was een indiaan een dergelijk topambt toegevallen. Met de verkiezing van Livorio kwam een eind aan het regime van de invloedrijkste man van Amazonas, Bernabé Gutierrez. Op regionaal niveau personificeerde hij de AD, de ‘democratische actiepartij’, een van de twee partijen die jarenlang de dienst heeft uitgemaakt in Venezuela. Livorio zelf toonde zich verheugd over zijn uitverkiezing: ‘De strijd om fundamentele rechten - zoals het recht op land, onderwijs en de eigen taal, heeft dankzij de nieuwe president een sterke impuls gekregen. Wij staan op een drempel: voor het eerst kunnen wij zelf modellen voor bestuur ontwikkelen en ermee experimenteren. Het bestuur moet compleet veranderen, in harmonie met de inheemse visie. In Amazonas leven zo’n 19 verschillende inheemse groepen en we moeten een aan iedere groep aangepaste bestuursvorm nastreven.’

Livornio wordt gouverneur over een gebied dat zes maal zo groot is als Nederland. 70 Procent van de 160 duizend inwoners staat te boek als ‘inheems’ - indigena, het in Latijns Amerika gebruikelijke eufemisme voor indiaans. De grootste inheemse groepen in Amazonas, gelegen in het stroomgebied van de Boven-Orinoco, zijn de Yanomami, de Piaroa en de Hiwi. Op de totale bevolking van circa 25 miljoen Venezuelanen is slechts zo'n 2 procent ‘inheems’.

Livornio: ‘Doordat in Amazonas een meerderheid inheems is, is de roep om een eigen identiteit er het sterkst.’ Gevraagd naar zijn politiek program antwoordt de nieuwe gouverneur: ‘De economie moet vanaf de basis weer worden opgebouwd. We moeten niet langer afhankelijk zijn van de fondsen van de staat of andere instanties. Daartoe is goed onderwijs nodig, ook om een kritische mentaliteit aan te kweken. We hebben echter nog niet voldoende steun voor onze plannen en daarom gaat de strijd door: Als AD weer aan de macht zou komen, dan worden alle veranderingen teruggedraaid en vervliegen onze dromen. Maar de inheemse bevolking is nu dermate gepolitiseerd dat zij hun vredelievende revolutie niet zo maar laat afblazen. Wie weet hoe lang we weer moeten wachten als we nu onze kans niet grijpen?’

De verkiezing van Livornio tot eerste ‘indiaanse’ gouverneur kwam niet uit de lucht vallen. Het was enerzijds de climax van jarenlang werk van de inheemse beweging. Anderzijds was het een reactie tegen de gecorrumpeerde oude politiek en haar zetbazen. Maar misschien nog belangrijker was de korte verklaring die Hugo Chávez in maart 1998 - bijna 9 maanden voor zijn verkiezing tot president van de republiek - ondertekende en waarin hij beloofde ‘de delicate schuld’ ten opzichte van de inheemse bevolking in te lossen. Aldus verkreeg hij de steun en stemmen van vrijwel alle inheemse organisaties, die op hun beurt de presidentskandidaat met deze belofte aan zich bonden.

Op 6 december 1998 won kolonel Hugo Chávez Frias de verkiezingen met een overweldigende meerderheid aan stemmen. Sinds het begin van het democratische tijdperk in Venezuela (1958) was er niet zo’n overtuigende uitspraak geweest van ‘de volkswil’. De keuze vóór Chávez was vooral ook een veto tegen de gecorrumpeerde oude partijen - de partidocracia van AD en COPEI - die veertig jaar lang de politiek monopoliseerden en Venezuela in een afgrond van staatsschulden stortten en 80 procent van de bevolking onder het bestaansminimum dompelden. Voor velen verscheen Chávez dan ook als een reïncarnatie van Simón Bolívar (om wiens legende een complete staatscultus gebouwd is), de Libertador. Chávez werd de nieuwe hogepriester van de staatsreligie.

Toen Chávez op 2 februari 1999 het presidentsambt aanvaardde maakte hij meteen duidelijk wat zijn doel was: ‘een democratische revolutie’. Van een concreet programma van zijn partij, de Patriotische Pool (PP), of van zijn ‘Beweging voor de Vijfde Republiek’, was echter geen sprake. Prioriteit lag bij de hervorming van het politieke systeem en daartoe werden een aantal drastische maatregelen genomen, die meteen al duidelijk maakten dat er eerder sprake was van een politieke dan van een democratische revolutie. Het parlement en de senaat werden opgedoekt en een Nationale Raad – de Asamblea Constituyente – kwam er voor in de plaats. In mei 1999 werd deze raad door middel van een referendum (met 80 procent van de stemmen vóór) goedgekeurd. In juli van hetzelfde jaar volgden de verkiezingen voor de Asamblea. Als gebaar van historische verzoening werden drie van de 131 zetels gereserveerd voor vertegenwoordigers van de inheemse bevolking. Op een bijeenkomst van de inheemse kaders in Ciudad Bolívar werden binnen eigen gelederen de drie meest gerespecteerde leiders uitverkozen: Guillermo Guevara (een Hiwi uit de deelstaat Amazonas en ex-voorzitter van de regionale inheemse organisatie ORPIA), Nohelí Pocaterra (een Wayu uit de oostelijke deelstaat Zulia en voorzitster van de Inheemse Vrouwen van Amerika), en Jesús Gonzalez (een Pemon uit de deelstaat Bolívar en eertijds voorzitter van de Nationale Inheemse Raad).

Naast de drie inheemse vertegenwoordigers werden nog eens 121 afgevaardigden uit de pro-Chávez coalitie in de Raad gekozen. Dit nieuwe ‘jacobijnse’ parlement ging vervolgens aan het werk om een nieuwe grondwet op te stellen. Hierin kreeg de voorheen onzichtbare, uitgesloten en onderdrukte oorspronkelijke bevolking van het Venezolaanse territorium meer rechten. Dit logenstrafte wat eerdere versies van de grondwet - zoals die van 1962 - stelden: dat de indianen vanzelf zouden uitsterven!

Bovendien werd ‘Venezuela’ afgeschaft. Het land heet nu officieel: De Bolivariaanse Republiek Venezuela.

Op 15 december 1999 stemden, opnieuw in een referendum, 70 procent van de kiezers voor de grondwetswijziging. Dit succes voor Chávez werd overschaduwd door een nationale ramp. Op de dag van het referendum kwamen, na intensieve regenbuien, enorme modderlawines uit het kustgebergte naar beneden en maakten ongeveer 30 duizend slachtoffers.

Hugo Chávez wil zich profileren als een linkse nationalist en leider van heel het volk, maar speciaal ook van ‘de verworpenen der aarde’. Hij ontleent niet alleen inspiratie aan grote voorbeelden als de Panamees Omar Torrijos, het Argentijnse paar Juan en Evita Peron en de Cubaan Fídel Castro, maar ook aan basisbewegingen als de Mexicaanse Zapatistas. Door outcasts in zijn regering op te nemen maakte hij duidelijk dat de dagen van het oude regime echt geteld zijn. Bovendien ligt solidariteit met de inheemse volken internationaal goed en draagt Chávez’s Wiedergutmachung er zeker toe bij dat velen die de ontwikkelingen in Venezuela op de voet volgen, Chávez het voordeel van de twijfel gunnen. Als deel van een goed geregisseerde PR-campagne werd Nobelprijswinnares Rigoberta Menchu vorig jaar januari nog voor twee dagen naar Caracas overgevlogen, om de mensen op te roepen voor de nieuwe grondwet te stemmen, juist omdat deze zo vooruitstrevend was op het gebied van de inheemse rechten.

Overigens heeft de fysieke verschijning van Chávez - zijn ‘uitstraling’ - veel bijgedragen aan diens succes, omdat de gemiddelde Venezolaan zich gemakkelijk met hem kon identificeren; zijn ‘onweerlegbaar oer-Venezolaanse inborst’ die hem tot de personificatie van de criollo maakt, zijn gemengd bloed, vormt de bron van zijn charisma. Soms is zijn fysionomie aanleiding tot racistisch commentaar, soms wordt hij er om geïdealiseerd als de belichaming van de Venezolaanse multiculturele samenleving. Chávez kan middels zijn uiterlijk zowel door de gemiddelde Venezolaan, als door Afro-Venezolanen en indianen als ‘een van ons’ gekarakteriseerd worden.

In hartje Caracas ligt het gebouw van de Nationale Raad, waar op de veertiende verdieping de afdeling ‘Inheemse Zaken’ is gehuisvest. Hier ontmoet ik Guillermo Guevara, een van de drie inheemse leiders die gekozen is in de Nationale Raad. Guevara - die overigens een deel van zijn opleiding van Nederlandse paters heeft ontvangen - bruist van enthousiasme: ‘Voor de inheemse bevolking is de nieuwe grondwet geweldig. Hoofdstuk 8, dat aan onze rechten is gewijd, is een grote vooruitgang. Voorheen waren wij onzichtbaar, gemarginaliseerd en aan ons lot overgelaten, maar nu kunnen wij direct aan het politieke proces deelnemen. De verwachtingen zijn groot. Het zelfbewustzijn van de inheemse bevolking heeft een enorme stimulans gekregen en er zijn zelfs groepen waarvan men dacht dat die uitgestorven waren, maar die nu weer van zich doen spreken, zoals de Chaíma en de Piritú. Eindelijk erkent ook Venezuela haar eigen identiteit en dit proces komt ten goede aan de hele natie.’

Maar Guevara ziet ook risico’s: ‘Het grootste gevaar is dat we niet in staat blijken om op een concrete en efficiënte manier aan het politieke proces deel te nemen. We hebben nu de macht, maar weten nog niet goed wat we er mee aan moeten.’

Tussen het centrum van Puerto Ayacucho, de hoofdstad van Amazonas, en het vliegveld ligt een verzameling gestileerde hutten die dienst doen als onderkomen voor ORPIA, de inheemse mantelorganisatie waarvan Guillermo Guevara voorzitter was. In de schaduw van een van deze churuata’s staat een groepje mannen. Sinds Guevara naar Caracas werd geroepen, heeft een jong kader zijn taken overgenomen. Ook hier leven hoge verwachtingen: ‘Wij willen de waardigheid van de inheemse bevolking van Amazonas weer herstellen en de etnische schaamte - waardoor de indigenas niet voor hun identiteit durven uit te komen - overwinnen. Wij willen een regionalisme van daden nastreven. Dat er nu drie inheemse leiders in de Nationale Raad zitten heeft er toe geleid dat alle indigenas zich solidair verklaren en zich bewust worden van een gemeenschappelijke lotsbestemming,’ luidt het wat hoogdravend.

Een coördinator droomt al hardop van een nieuw Eldorado: ‘Stel je voor; een indiaanse staat bestaande uit een federatie met delen van Colombia, Brazilië en andere landen…’

Het moge duidelijk zijn: voor ‘etnische ondernemers’ worden door de nieuwe grondwet unieke kansen geschapen. De indianen die deel nemen aan de inheemse beweging zijn maar al te goed op de hoogte van regionale en mondiale ontwikkelingen. Dichtbij huis, in buurland Colombia heeft de inheemse beweging het laatste decennium enorme vooruitgang geboekt. Mede door het werk van de in 1980 opgerichte Nationale Inheemse Beweging, werd daar in 1991 een nieuwe grondwet aangenomen die leidde tot officiele erkenning van grondrechten en die vergaande culturele en politieke autonomie aan de indianen toestond. Indiaanse raden - gedomineerd door neo-traditionele caciques - hebben zo het gezag gekregen over aanzienlijke delen van het nationale territorium. In Bolivia is ongeveer 60 procent van de bevolking inheems, maar van de 130 volksvertegenwoordigers zijn er maar vier indiaans. Daarom wil de inheemse beweging daar tot de oprichting van een eigen partij komen. We zien hier dus ook dat al de verschillende inheemse groepen zich verenigen om zo de etnische kaart te kunnen spelen. Maar ook verder weg in de regio, in Brazilië, Ecuador, Peru, Mexico, of zelfs in Noord-Amerika, laat de inheemse beweging van zich horen, en hun strijd, de resultaten die zij boeken en de fouten die ze maken, strekken de indianen van Venezuela tot voorbeeld. Er zijn verschillende instanties die de indianen terzijde staan nu zij een nieuwe weg gaan; sommige heel paternalistisch, andere radicaal en nog weer andere zijn van zogenaamd neutrale, technocratische signatuur. Zo zijn er bijvoorbeeld ngo’s, religieuze groeperingen (die in sommige gebieden haast een schaduwregering vormen), mensenrechtenorganisaties en vaak ook antropologen die een vertrouwensband met een bepaald volk of een leider hebben opgebouwd.

Hoewel voor Europeanen het begrip ‘etniciteit’ voornamelijk nare associaties oproept, kan het voor de inheemse bewegingen een machtig wapen vormen. In eerste instantie vormt het recht op een eigen identiteit en territorium een middel tot emancipatie - en soms zelfs een potentiële goudmijn - maar op wat langere termijn zou het een doos van Pandora kunnen blijken te zijn.

Zo denkt ook broeder Herman Finkers er over. Al dertig jaar woont hij diep in de binnenlanden van Amazonas, als missionaris en ontwikkelingswerker bij de Yanomami. ‘Hier heb ik de mooiste tijd van mijn leven gehad. In dit aardse paradijs mis ik Nederland helemaal niet. Als ik alleen onderweg ben in mijn bootje, dan denk ik wel eens: welke miljonair zou nou niet met mij willen ruilen?’ Terwijl zijn over de rivier uitgestrekte arm ‘het paradijs’ voor mijn ogen lijkt te toveren, zien we rechts een kano aankomen. Aan boord Yanomami-indianen, slechts gekleed in wat oranje zwembroekjes blijken te zijn. Op de voorsteven staat een indiaan met op zijn hoofd een rode baret, het symbool van de militante Chávez-aanhangers. Finkers, die het gebied en haar bewoners als geen ander kent, zegt peinzend: ‘Hier heb ik veel mensen kunnen helpen, maar nu met die politieke poppenkast, ongelooflijk wat er allemaal kapot wordt gemaakt! Met 100 stemmen ben je al de baas over een gebied dat een paar keer zo groot als Nederland is. Met kadootjes kopen ze de stemmen van de indianen en daardoor raken ze niet alleen onderling verdeeld, maar worden ook compleet afhankelijk van die politici. Die willen de mensen hier ook in huizen laten wonen, net als de blanken en dat is funest, niet alleen voor de traditionele cultuur van de indianen. Het gemeenschapshuis van de Yanomami - de shabono - is open en er waait een frisse wind doorheen zodat ziektekiemen niet zo gemakkelijk een prooi vinden. In een van die zogenaamd moderne dorpen is een cholera-epidemie uitgebroken en vallen er verschillende slachtoffers te betreuren.’

De ervaringen met inheemse leiders die al iets langer aan de macht zijn - voor zover dat mogelijk is met een zo recent geschapen deelstaat - zijn niet onverdeeld positief. Of zelfs ronduit negatief, zoals het geval is met de burgermeester van Boven-Orinoco, waaronder ook het gebied van de Yanomami valt.

De gemeente Autana, niet ver van Puerto Ayacucho, bestaat uit zo’n 124 comunidades, naar onze maatstaven gehuchten. Sinds 1996 is een jonge Piaroa burgemeester van de gemeente. Het totale inwoneraantal is moeilijk te schatten, maar waarschijnlijk ligt het rond de 6000. Ongeveer 150 ambtenaren staan op de loonlijst van de gemeente, de grootste werkgever én lokale schatkist. Het totale budget voor de gemeente Autana voor 2001 wordt geschat op 1.500 miljoen Bolívar (zo’n 6 miljoen gulden). Een formidabel bedrag voor een bevolking die nog voor een belangrijk deel zelfvoorzienend is. Maar helaas, het al jarenlange ‘inheemse’ beheer van dit budget heeft voor de bevolking buiten het bestuurscentrum nog weinig of niets opgeleverd. Er zijn geen noemenswaardige projecten gestart. Het aantal ambtenaren op de loonlijst van de gemeente is fors gegroeid, maar de armoedige gemeenschappen in de binnenlanden hebben hier geen profijt van.

De schijnbaar onvermijdelijke afstand tussen de inheemse leiders en hun achterban groeit met de dag, en hierin lijken de ontwikkelingen op lokaal nivo die op het nationale nivo te weerspiegelen. Dorpsonderwijzer - en een van de zeldzame communisten in deze contreien - Juan zoekt een plekje waar de zon hem niet belaagt en steekt dan van wal: ‘Er is in Venezuela geen sprake van een revolutie. Het is nog steeds hetzelfde politieke gekonkel. We leven hier in Amazonas in een film van Cantinflas (een beroemde Mexicaanse komiek - B.D.). Het is tijd voor echte veranderingen in deze samenleving van samenzweerders en medeplichtigen!’ Op de vraag of hij geen heil ziet in de nieuwe garde inheemse politici antwoordt hij met gevoel voor dramatiek: ‘Wij zijn de onschuld voorbij! Niemand is hier meer onschuldig en nu de indianen in de politiek zitten dreigen ze er dezelfde puinhoop van te maken als hun voorgangers. Het uur van de waarheid is aangebroken!’

Niet alleen is er sprake van een zekere scepsis over de inheemse leiders - niet verwonderlijk in een land waar het vertrouwen in de politiek bijna tot het nulpunt gedaald is - de algehele euforie over Chávez begint ook langzaamaan weg te ebben. Het land gonst van de geruchten over couppogingen, of over een op handen zijnde volksopstand. De traditionele elites - het netwerk van families dat de economische (en culturele) macht monopoliseert - diskwalificeren Chávez steevast als El Loco - De Gek. Maar ook andere bevolkingsgroepen beginnen hun enthousiasme voor de schijnbaar alomtegenwoordige en soms praatzieke president steeds meer te matigen. Ook lijken steeds minder kiezers gemotiveerd om weer eens naar de stembus te draven. Zo nam in december 2000 nog maar 25 procent van de stemgerechtigden deel aan de gemeenteraadsverkiezingen. Of de president, maar bijvoorbeeld ook de nieuwe inheemse gouveneur Livorio Guarulla, hun plannen kunnen waarmaken zal voor een groot deel afhangen van de politieke speelruimte die hen gegund wordt. En die ruimte wordt op nationaal nivo niet langer alleen maar bepaald door de vroegere economische en culturele elite, maar ook door de grote massa armen die in de krottenwijken op de heuvels rond het machtscentrum Caracas wonen, en zelfs door de inheemsen van het verre Amazonas.

 

Fundación Interchange
Th. Werenbertszstraat 11
6574 AM Ubbergen
The Netherlands
Tel.: 0031 - 24 36 03 550
mailto:bartolome@fundint.nl

© 2014 Fundación Interchange